Markus de Smidt (knipsels van 1785 en 1819)

Uit de Middelburgsche Courant (Saturdag, den 12 Maart 1785):

 

gvg2 

Iemand genegen zynde, uit de Hand te Koopen: Een SMITS-WINKEL, met deszelfs INWOONING, welke 150 Jaaren aan een Familie heeft toebehoord, en waar in de AFFAIRE, al dien tyd met goed Succes is gedaan, adresfeere zich by Markus de Smidt, te Neuzen in het Land van Axel.

Uit de ‘Gazette van Gend’ (Maandag, den 4 January 1819):

 

gazettevangent

De notaris Steenkamp, te Terneuzen, zal ter requisitie van sieur Markus de Smidt, op zaturdag den 27 february 1819, des medemiddags om twee uuren precies, ten huize en herberge van de weduwe Harte, te Terneuzen voornoemd, op zeer favorable conditien, publiek presenteeren te verkopen een Huis en erve, zijnde eene Hoefsmidse, geduurende 46 jaaren met goed succes gecontinueerd. Nadere informatien zijn deswegens, ten kantore van gemelden notaris te bekomen.

Geschiedenis der geneeskunde: Nicolaas van Assendelft en de ontdekking van de bloedsomloop

Geschiedenis der geneeskunde: Nicolaas van Assendelft en de ontdekking van de bloedsomloop

Nicolaas van Assendelft en de ontdekking van de bloedsomloop

door Dr. H.L. Houtzager en H.W. van Leeuwen

uit MEDISCH CONTACT Nr. 51 / 52 – 22 december 1978

De publikatie van Harveys leer van de bloedsomloop in zijn boek ‘De Motu Cordis’, 350 jaar geleden in Frankfurt verschenen, heeft een hevige strijd ontketend in de geleerde medische wereld van zijn tijd. Niet alleen aan de universitaire centra van West-Europa maar ook in de ‘periferie’ laaiden de discussies over de circutatieleer hoog op, waarbij de voor- en tegenstanders elkaar middels brieven, pamfletten en wetenschappelijke publikaties in de haren vlogen. Daar Harveys boek, zoals dit in die tijd gebruikelijk was, in het Latijn verscheen, werden de discussies aanvankelijk voornamelijk gevoerd door diegenen die deze wetenschappelijke taal beheersten. Pas nadat het boek vertaald was in het Frans, Duits, Engels en Nederlands wierpen ook de lagere goden der geneeskunde – met name de chirurgijns – zich in het strijdgewoel van de pro’s en contra’s.

Het is de Delftse chirurgijn Nicolaas van Assendelft geweest, die voor het Nederlands sprekende en lezende publiek Harveys ‘De Motu Cordis’ toeganklijk heeft gemaakt door een vertaling. Hoewel over het leven van Nicolaas van Assendelft nog vele onzekerheden bestaan, zijn er de laatste tijd meer gegevens bekend geworden, die in bet onderstaande nader op schrift zijn gesteld.

De Van Assendelfts

Nicolaas van Assendelft werd geboren in de eerste helft van de 17e eeuw. Zijn geboortejaar en -datum zijn niet bekend, daar er uit die jaren nog geen doopboeken voorhanden zijn van de kleine Remonstrantse Gemeente, waartoe deze tak van de familie Van Assendelft in de Prinsenstad Delft behoorde. Nicolaas’ vader Alewijn, schrijnwerker en steenhouwer van beroep, was in 1628 getrouwd met Adriaentgen en Jorisdochter Anthon uit Rotterdam, die hem elf kinderen schonk, van wie er slechts zes de volwassen leeftijd bereikten. De familie Van Assendelft is steeds in Delft woonachtig geweest. Dit wettigt de veronderstelling, dat onze Nicolaas zijn opleiding tot meester chirurgijn in Delft heeft gekregen. Zijn grootvader, eveneens Nicolaas geheten (1577-1628), was evenals zijn vader schrijnwerker en vervaardigde in deze hoedanigheid het koorhek in de Nieuwe Kerk te Delft, waarover Boitet, maar nog meer de stadshistoricus Van Bleyswijck, in lovende woorden spreekt in zijn ‘Beschryvinge der Stadt Delft etc.’. ‘Het gantsche Choor met sijn omgaender Trans is van de Kerck afgeslooten met drie Hecken, ten weder-sijden een klein en in het midden een groot en Swaer Heck van Wagen-schot, in de jare 1627 soo heerlijck gheordonneert en ghevrocht door Niclaes van Assendefft, dat men nerghens reel beret schrijn-werck vinden sal …’ Ook in ander opzicht heeft de familie Van Assendelft zich een vooraanstaande plaats verworven in de geschiedenis van Delft en Delfland. Nicolaas’ oom Willem (1606-1691) was secretaris van Hof van Delft en tevens notaris, terwijl neven van Nicolaas de chirurgijn hoge bestuurlijke functies bekleedden als 40-raad van de stad, burgemeester van Delft en secretaris van Delfland. In het ‘Reeckenbouck’ van het chirurgijnsgilde komen we Nicolaas van Assendelft voor het eerst tegen op 19 december 1654: ‘Noch ontfanghe op den 19 desember 1654 van mr. Nicolaes Assendelft van wege een leerjonge om bij hem te wone om te leere het handwerck der cirurgie alsoo sijn naem int Memoryael bouck aangheteyckent staet, sijn naem is Maxmiliaen Schreverelius alhyer tot Delft … I (pond), 12 (stuivers)‘. In de Inventaris van de goederen sijnde op de Anatomiecamer’ van Delft, welke sedert 1657 in het verbouwde Maria Magdalena Convent aan de Verwersdijk was gevestigd, beyond zich de instrumentenkast van het glide, waarop de ‘naemen der Personen die geschildert zijn op de regter Deur‘ staan; onder hen komt ook Mr. Nicolaes Assendelft voor als examinator van bet gilde, Deze portretten waren geschilderd door Antonie Palamedes Stevens, die in 1601 in Delft werd geboren en op 27 november 1673 te Amsterdam, waar hij sedert 1670 woonde, werd begraven. Hij was lid van het St. Lucas schildersgilde te Delft en waarschijnlijk leerling van Michiel Jansz. van Mierevelt (1567-1641), hofschilder van de prinsen van Oranje.

De Delftse archieven bevatten over het doen en laten van onze meester-chirurgijn helaas weinig gegevens. Een sporadisch gegeven is nog, dat hij in 1657 en 1659 net niet werd gekozen in het college van’directeurs’ van zijn remonstrantse kerkgenootschap, een functie die zijn vader Alewijn diverse malen had vervuld. We weten, dat op 22 oktober 1662 notaris Nicolaes Vrijenberch ‘in eygener persone Nicolaes van Assendelft mr-chirurgijn, sieckelijck van lichaeme te bedde leggende‘ bezocht om zijn testament te maken. Daar Nicholaas niet getrouwd was en geen kinderen had, benoemde hij tot enige erfgenaam ‘zijn moeder Adriana Anthon wed. van Alewijn Claesz. van Assendelft‘. ‘Verleden ten huyse ende voort bedde van den testateur, ter presentie van Arnout Gijbrant, by hem testateur innewonende ende Jacobus Witmont, mijn notaris clercq, als getuygen hietoe versocht ten dage voors …’ Acht dagen later, op 30 oktober 1662, lezen we dan in het begraafboek van de Oude Kerk: ‘Mr. Niclaes van Assendelff, chirurgijn, aen de Coremarct‘. Van Assendelft is derhalve op vrij jeugdige leeftijd overleden en kan ten hoogste 34 jaar oud geworden zijn, het huwelijksjaar van zijn ouders, 1628, in aanmerking genomen hebbende.

Nicolaas van Assendelft en Harveys circulatietheorie

Dit summiere overzicht van hetgeen bekend is over een 17e eeuwse meester-chirurgijn uit Delft zou niet aan het papier zijn toevertrouwd, ware het niet dat Nicolaas van Assendelft bekendheid heeft gekregen door zijn vertaling van een aantal boeken van thans medisch-historisch belang, toentertijd van een zodanige importantie dat zij wat hun inhoud betreft tot de paradigma’s van de geneeskunde kunnen worden gerekend. Van deze boeken is de Nederlandse vertaling van ~De Excercitatio anatomica de motu cordis et sanguinis in animalibus. Guilielmi Harvei Angli, Medici Regii & Professoris Anatomiae in Collegio Medicorum Londinensi, Francofurti, Sumtibus Guilielmi Fitzeri, Anno M.D.C.XXVIII’, zoals de volledige titel van Harveys werk luidt, wel de belangrijkste. De Nederlandse vertaling van de titelpagina luidt: ‘Van de beweging van ‘t hert ende bloet. Uit het Latijn vertaald door N. van Assendelft. Amsterdam voor Corn. Last, 1650.’ In datzelfde jaar verscheen bij dezelfde uitgever de Nederlandse vertaling die Van Assendelft had gemaakt van twee Latijnse brieven van Johannes Walaeus (1604-1649), gericht aan Thomas Bartholinus, over de: ‘Beweginge des Chyls ende des Bloeds‘.

In 1648, dus tien jaar na de eerste uitgave van ‘De Motu Cordis’, had de Rotterdamse arts Jacobus de Back een Latijnse heruitgave van Harveys werk verzorgd en daaraan zijn eigen ‘Dissertatio de Corde’ toegevoegd. Dit boek van De Back werd in 1651 door Van Assendelft vertaald en uitgegeven onder de titel: ‘Verhaal van ‘t hart waar in wert gesproken van de nietigheit der geesten, van de bloetmaking, van de warmte der levende lighamen etc … In ‘t einde een byvoegsel over den omloop des bloets van Harveius. Vertaling door N.V.A. Amsterdam L. Spillebout, 1651″.

Ter completering van bet vertaalwerk van Van Assendelft dient hog te worden vermeld de Nederlandse uitgave van het werk van de Duitse chirurgijn Fabricius Hildanus (1560-1634), dat verlucht met houtsneden in 1656 in Rotterdam verscheen onder de titel: ‘Aanmerkingen, rakende de genees- en heelkonst Nevens een brief van een wondelijk lijfmoeders-scheurzel daar de vrucht levendig uitgesneden is, door Michel Doringius’. De Rotterdamse arts Nicolaas Zas, fond 1610 in Delft geboren en evenals Van Assendelft en De Back remonstrants, schreef bij deze vertaling een voorwoord in dichtvorm dat was opgedragen aan de ‘Geleerden Welervarenen Heelmeester Mr. Niklaas van Assendelft, Praktizijn tot Delft‘. De laatste regels van dit gedicht luiden: Weest dankbaar Delf aan Assendelf: Verheft hem, gy verheft u zelf. In al geval; de Burger-kroon Wert hem van buiten aangeboon. Gedicht op de dood van Harvey Merkwaardig is het, dat hoewel Harvey pas op 3 juni 1657 overleed Van Assendelft reeds in 1650 een gedicht op Harveys overlijden in zijn vertaling van ‘De Motu Cordis’opnam (zie kader). Waarschijnlijk had Van Assendelft, zij het uit onbetrouwbare bron, ten onrechte vernomen dat Harvey was overleden. In de medisch-historische literatuur is een tweede soortgelijke vergissing niet bekend. Mogelijk had Van Assendelft her overlijden van een naamgenoot van Harvey vernomen en is hij in de veronderstelling geweest dat het hier het sterven van de grote Engelse medicus betrof. Naspeuringen in nieuwsbladen etc. uit de jaren 1649 en 1650 leverde hiervoor echter geen bewijs op mededeling Drs. M. J. van Lieburg).

Men kan zich afvragen wat de beweegredenen zijn geweest van Van Assendelft om de hierboven vermelde publikaties over de circulatietheorie te vertalen en uit te geven. Er moet een vriendschapsband geweest zijn tussen hem, De Back en Zas. Alle drie zijn lid geweest van de Remonstrantse Gemeente, toen nog een kleine minderheidsgroep; Zas en Van Assendelft waren beiden geboren Delftenaren.

Over een direct contact tussen Harvey en Van Assendelft is tot op heden niets bekend. Toen Harvey in 1636 een reis door West-Europa maakte in het gevolg van Thomas Howard en van Hellevoetsluis via Den Briel, Maassluis en Delft naar Den Haag reisde, was Van Assendelft nog een kind. Mogelijk dat er in later jaren via De Back een indirect contact tussen beiden is geweest.

Nicolaas van Assendelft, ook al was hij ‘slechts’ chirurgijn, heeft niet alleen het Latijn beheerst maar heeft ook op een zodanig wetenschappelijk niveau gestaan, dat hij in staat was om de circulatietheorie van Harvey te kunnen begrijpen en te vertalen in het Nederlands. In dit licht bezien geldt Nicolaas Zas’ uitspraak ook vandaag nog: ‘Weest dankbaar Delf aan Assendelf!’

Op de Doot van den Geleerden Heer Gulielmus Harvey in zijn leven Hoog-leer-meester, ende geneesheer des Konings van Engelant

Het Engels licht, dat eer zo heerlijk blonk.
En d’Artzeny een nieuwe glory schonk,
Verstrekkend’ in een yders oog een wonder.
Trok, laas ! te vroeg zijn klare stralen onder.
En sloo de mont. die, eer hi] zijnde Rot
Had uitgespeelt, van guide Leerling vol,
En zwanger van Geleertheit, den verlegen.
Een leitstar was, in ongebaande wegen.
Hy sloot zijn mont, en handen laas! te vroeg:

Waar me hy’t staal zo vaak in ‘t Herte joeg
Der beesten, en zoog leering uit de Dieren.
Deursnuffelend’ haar ingewant en spieren.
En vezelen, tot dat hy eens, gewis,
Een Zonne zag in deze duisternis:
Een Zonne, die de nevelen en dampen
Verdrijft, ]a licht de zinnen, om de fampen
En qualen van de zwakke mensehlijkheit
Te kennen: ja een Zonne, die ons leit
In ‘t diepste van zo veel geheimnissen.
Waar in ons vaak d’ onwetenheit dee missen.

Dit droop wel eer, ags honing, van zijn tong
Wanneer hy voor de zuivre waarheit dong:
En pleitende zijn redenen beklede,
En stutte met zo reel Ervarentheden.
Vergeef het nu onz’ Onervarentheit.
Indien w’et niet recht hebben uigeleit.
En hebben wy’t niet kunnen al ontwarre,
Zo wert die Zon in duitsch in kleine starre.

Literatuur en bronnen:

  • Bleyswijck, D. van (1667) Beschrijvinge der Stadt Delft etc., pag. 277-278. Arnold Bon, Delft.
  • Francis, W. W. (1957) William Harvey, Englishman 1578-1657. Mac. Gibbon & Kee, London.
  • Opuscula Selecta Neerlandicorum de Arte Medica (1926) Vol. V., Amsterdam.
  • Schoute, J. 0972) Johannes Walaeus en zijn betekenis voor de verbreiding van de leer van de bloedsomloop. Dissertatie, Van Gorcum, Assert.
  • Gemeentelijke Archiefdienst Delft: Stadsarchief, le afd., hr. 1981, deel 1 (Chirurgijnsgildeboek);
  • Stadsarchief, 1e afd., nr. 1982, deel I (Rek. Chirurgijnsgilde);
  • Notarieel archief, nr 2059, akte hr. 162: Doop-, trouw- en begraafboeken.
  • Archief Remonstrantse Gemeente, nrs. 17 en 111 (notulen en rekeningen).
  • Lelij, W. van der, Kwartierstatenboek van Delftse Vroedschappen, handschrift, 18e eeuw (gepubliceerd in de Nederlandse Leeuw, 1914-1916)